This site uses cookies to provides services, personalise adds and analyse traffic. Information on how you use this site is shared with Google. If you use this site you agree with the use of cookies. Sorry to bother you with this annoying banner. European law says we have to. Click the "I get it" link to hide this message.

Deze site gebruikt cookies om services te leveren, advertenties te personaliseren en verkeer te analyseren. Informatie over je gebruik van deze site wordt gedeeld met Google. Als je deze site gebruikt, ga je akkoord met het gebruik van cookies. Het spijt ons dat we u met deze irritante banner moeten lastig vallen. Iets met nieuwe Europese wetgeving. Klik op het "I get it" linkje om deze boodschap te verbergen.

More info... | I get it
Specieshunters.com - Nieuws
log in
home
archive
faq
contact

Wat ruist daar in het struikgewas?

20120917

Dit artikel is eerder gepubliceerd in het zomernummer 2012 van de Zeehengelsport. Wij danken hengelsporthuis.com dat we het hier mogen plaatsen.



In Zeehengelsport no. 2 van dit jaar publiceerden we als te doen gebruikelijk de drie recordlijsten van de Nederlandse Commissie Record Zeevissen (NCRZ). Met name als het gaat om exotische vangsten is het voor de NCRZ lang niet altijd eenvoudig om zo’n ‘ergens op de aardkloot’ gevangen vis op naam te brengen. Aan de hand van diverse voorbeelden, beschrijft NCRZ-voorzitter Hans van Loenen welke wegen moesten worden bewandeld om de juiste soort te bepalen.

Zelden heb ik zo’n goede TV-documentaire gezien als V.I.S.S.E.N., de documentaire van de broers Pieter-Rim en Maarten de Kroon, die werd uitgezonden op maandag 28 mei j.l. Niet eerder werden zo veel facetten van onze mooie hobby zo buitengewoon goed in beeld gebracht! Met name het fragment over die twee jongens die samen door ons mooie polderlandschap struinen, op jacht naar een nieuw persoonlijk record voor snoek, trof me. Bijna ontroerend om te zien, zeker voor iemand die zelf op tienjarige leeftijd zijn eerste snoek ving aan een op fenomenale snelheid binnen gedraaid ABU pilkertje van 18 gram. En dat óók in zo’n polderslootje van krap een meter diep! Mijn hart ging open; na meer dan 45 jaar vissen is deze zoetwater‘ tijger’ nog steeds mijn ware zoetwaterliefde!

Wat nu echter, als die ene knaap tegen zijn vismaatje had geroepen: “Wat een schitterende karper!”? Wij ervaren rotten zouden dan natuurlijk besmuikt hebben gegrinnikt en hebben gedacht: ”Tjonge tjonge, die snotneuzen kennen het verschil tussen een karper en een snoek niet eens! Wat sneu!”

Zonder naambordje

Dezelfde twee knapen uit de documentaire gaan een dagje op zee vissen vanuit Den Helder! Beide zijn ze (nog) geen echte zeevissers, maar ze kunnen allebei prima met de hengel overweg en gebruiken goede onderlijnen en aas. En zowaar, tijdens hun dagje op zee vangen zij een heel mooi maaltje ‘platten’. Deze enthousiaste jongens, met oog voor de natuur, zien en voelen natuurlijk echt wel dat de gevangen platvissen onderling wat verschillen. Maar dan komt de vraag: is die ene nu een schar, bot, schol, tarbot, griet of tong? Wij, als ervaren lezers van dit schitterende magazine, hebben natuurlijk geen enkele moeite om bovengenoemde platvissen uit elkaar te houden! Toch…? Maar vervelend als schrijver dezes kan en wil zijn, legt hij nog enige andere platvissoorten op het tableau. Bijvoorbeeld scharretong, witje, schurftvis (ja,die bestaat!), tongschar, lange schar en een jong heilbotje! Alle genoemde soorten komen in meer of mindere mate voor langs onze Noordzeekust en kunnen met de hengel worden gevangen. Wat doet u als ervaren zeebonk en kotterstok knaller? Legt u alle bovengenoemde platvissoorten feilloos bij de bijbehorende naambordjes of moet u zich nu toch ernstig achter het oor krabben? Om u gerust te stellen: inmiddels maak ik het zilte al ruim 40 jaar onveilig, maar in dit geval zou ook ik voor enkele van die soorten mijn gidsen met beschrijvingen van vissoorten moeten raadplegen!

Biologieles

Hoe zit dat nu met de naam van een vissoort? Welke vis is welke soort en hoe houd je ze uit elkaar? Hoe kom je erachter wat je gevangen hebt? Uiteraard kent men vanuit de prehistorie het verschil tussen een olifant en een giraffe! En ook in ons land zag men echt wel het verschil tussen een hert en een egel. Overal ter wereld had men dieren een naam gegeven en dat deed men uiteraard in de eigen landstaal. Maar planten of beesten die erg op elkaar lijken, hoe benoem je die? Het duurde tot in de 18e eeuw voor dat een Scandinavische geleerde die handschoen oppakte en serieus orde begon te scheppen in de chaos van de naamgeving van plant en dier. Deze Zweed, luisterend naar de naam Carl Linnaeus ( 1707 – 1778) was behalve arts ook zoöloog en plantkundige. Hij studeerde af aan de universiteit van Harderwijk (!) en publiceerde in 1735 een van zijn belangrijkste werken: ‘Systema Naturae’. Met dit werk zette hij een enorme stap naar een logische indeling van de levende natuur in de volgende groepen: planten, zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen,insecten en vissen.

Linnaeus stelde voor om elke plant en elke diersoort twee Latijnse namen te geven. De eerste Latijnse naam (genus) behoort toe aan nauw verwante organismen en de tweede naam behoort toe aan de soort zelf. Om de boel nog verder uit elkaar te kunnen houden, werd het totale dierenrijk onderverdeeld in klassen, orden, geslachten en soorten.

Gaan wij weer even terug naar de vissen, dan lijkt het bovenstaande misschien logisch en eenvoudig, maar dat was het zeker niet! Om een voorbeeld te geven: er waren nog al wat soorten die in zee leven en als vis benoemd werden, maar dat niet waren; denk bv aan de walvis en de inktvis!

Op dit moment zijn er ruim 32.000 vissoorten bekend en elk jaar worden er compleet nieuwe soorten voor de wetenschap beschreven. Ook worden er elk jaar vissoorten herbenoemd, hetzij ten gevolge van voortschrijdend inzicht of omdat ze bij nader inzien in andere families worden ondergebracht. Na Linnaeus volgden er nog vele viskundigen die soorten op naam hebben gebracht of een andere naam hebben gegeven. De onderzoeker, die de soort op naam heeft gebracht, mag zijn naam achter de soortnaam zetten. Zo komen wij achter Latijnse visnamen dan ook namen tegen als:

Pallas, Yarrell, Bloch, Bonaparte, Risso, Cuvier en Van Loenen (geintje!)



Het mogen vermelden van je naam achter een door jou gedetermineerde soort is voor de onderzoeker het ultieme. Dat deze naamgeverij soms tot enige peniskokerklopperij leidt, laat zich raden. Wie zich mijn artikel, ‘de baarzen van de IJszee’ herinnert kan ik vertellen dat er bijvoorbeeld nog steeds een discussie loopt over de Sebastes marinus. Is de juiste Nederlandse naam nu Roodbaars of toch Noorse Schelvis? En de wetenschapper die uiteindelijk het gelijk aan zijn zijde weet te krijgen, ziet dat als een ware Victorie! Hoe herken ik mijn gevangen vis? Stel: ik vang vanaf de kant in Zeeland een slank gebouwde vis van 60 cm lang, met tal van witte vlekjes. Wat heb ik nu gevangen? In principe is er een aantal harde kenmerken waarop je als visser in eerste instantie moet letten.

  • heeft de vis bekdraden?
  • wat is de stand van de bek?
  • hoeveel schubben heeft de vis op –of boven de zijlijn?
  • wat is het aantal rugvinnen en de vorm en plaats daarvan?
  • heeft de vis wel of geen vetvin?
  • wat voor vorm heeft de staartvin?
  • wat is het aantal en wat is de vorm van de buik, borst en anaalvinnen?
  • wat voor kleur heeft de vis en heeft hij vlekken?

    Met name die kleur en vlekken zijn een lastig kenmerk. Mannetjes- en vrouwtjesvissen kunnen bijvoorbeeld enorm van kleur verschillen, zeker in de paaitijd! Ook het voedsel en de locatie kunnen de kleur van de vis enorm beïnvloeden, denk eens aan de soms vuurrode gulletjes die de Noorwegengangers vaak vangen in de fjorden. Die rode kleur wordt dan veroorzaakt door de omgeving; in dit geval rood gekleurd kelp (= zeewier) waartussen die gulletjes zich ophouden. Nu weer even terug naar dat visje dat hierboven gevangen werd vanaf het strand. Het moet een haaitje zijn en via de Klasse van Chondrichthyes, de orde van de Carcharhiniformes en de familie van de Scyliorhinidae komen we uit bij de hondshaai (Scyliorhinus canicula).

    Reuze handig bij het op deze manier op naam brengen van een in Nederland of België gevangen zeevis is de Veldgids De Nederlandse Zeevissen, een handzaam boekje in een ringband, dat werd uitgegeven door Sportvisserij Nederland. Zie: www.sportvisserijnederland.nl



    Toch schuilt er ook hier weer een addertje onder het gras. Als het in dit geval een gevlekte gladde haai zou zijn geweest, dan had deze ook door kunnen gaan voor de sterk gelijkende gladde haai. Deze soorten lijken uiterlijk zó sterk op elkaar dat uitsluitend een vergelijking van het DNA (of het open maken van zwangere vrouwtjes) definitief kan uitwijzen of het de ene of de andere soort is.

    In de praktijk blijkt het dus niet altijd even eenvoudig om een vis echt definitief op naam te brengen. En die platvis van Bokkers Sr.? Daar bent u inmiddels natuurlijk al lang uit!

    Ja, het is inderdaad een langeschar (Latijn: Hippoglossoides platessoides). De liefhebber treft elders op deze pagina’s ook een aantal plaatjes van vissen die ik ving op één dag, voor de kust van het Kaap Verdische eiland Sal.

    Ik heb ze inmiddels met het nodige zoekwerk en met hulp van medesoortenjager Theo Modder van www.soortenjagers.nl op naam gebracht, maar mocht u zin hebben sla gerust eens met boven genoemde tools aan het zoeken.

    Wereldpuzzel

    Oké, die platvis hebben wij gevondenen die vissen van de Kaap Verdische eilanden: dat gaat ook wel lukken! Tijdens diezelfde vistrip ving ik echter ook een vuurrode beauty, die mij uiteindelijk toch de nodige hoofdbrekens heeft gekost om hem/haar op naam te brengen. De schipper kon de soort niet thuis brengen en ook de locale vissers die ik de foto’s liet zien, herkenden de vis niet. En dan wordt het natuurlijk moeilijk…

    Uiteindelijk heb ik thuis de ‘schuldige’ gevonden, door werkelijk alle foto’s te bekijken van de 665 vissoorten die ooit werden gevangen rond deze visrijke eilandengroep. Ik vond de soort na vele uurtjes foto’s kijken via de onvolprezen site www.fishbase.org en nu weet ik dat het een Atlantic Rubyfish (Erythrocles monodi) betreft.

    Maar nu -als uitsmijter- die andere geheimzinnige rode vis, die mijn vismaat, vriend en mede NCRZcommissie lid Peter Ouwendijk afgelopen maart ving voor de kust van Malindi in Kenia. De vis was 63 cm lang en woog 3,94 kg, maar ter plaatse kon ook deze soort door niemand op naam worden gebracht. Peter wilde echter wél heel graag zekerheid over zijn ‘rode vangst’ en aan mij dus de eer om dat alsnog te proberen te achterhalen.

    Oké, daar gaan we. Het is overduidelijk geen haai, rog of platvis. Het is zeker ook geen grondel, marlijn, tonijn of maanvis en ook geen koraalduivel! Maar wat dan wel? Om dat uit te vinden, laten we de diverse harde kenmerken de revue passeren, zoals ik die eerder in deze bijdrage noemde. Daarbij kijk je dan vooral naar de vinstralen, de zijdestreep en de schubpatronen.

    Er zijn helaas geen onderdelen van de vis bewaard gebleven en er is dus ook geen DNA. Wel is de vis goed gemeten en gewogen!

    Kortom: het enige dat wij hebben zijn de overigens prima foto’s, waarvan er hier een is afgedrukt. Nadat ik de nodige boeken uit mijn verzameling had doorgespit, was ik amper een stap verder gekomen. Ik vermoedde echter dat het één van de vele voor de Afrikaanse oostkust voorkomende snappersoorten zou moeten zijn! Ik heb de foto doorgemaild naar mijn mede-soortenjager Theo Modder en volgens Theo, die inmiddels een kleine 300 aan de hengel gevangen vissoorten op zijn palmares heeft staan, zou het hier gaan om een humphead snapper (Lutjanus sanguineus).

    Peter Ouwendijk met een voor de kust van Malindi gevangen vis, die moeilijk op naam te brengen was. Uiteindelijk bleek het een zeebrasemsoort met de mooie Latijnse naam: Polysteganus coeruleolineatus. Foto: Peter Ouwendijk

    Peter Ouwendijk wilde echter absolute zekerheid over de juiste soort en hij mailde zijn foto’s vervolgens dus alsnog naar de wereldwijd opererende International Game Fish Association, IGFA, in Forida. Deze organisatie houdt de All Tackle recordlijsten bij van alle op deze aardkloot gevangen vissoorten en reikt bij definitieve determinatie een mooi certificaat uit als de vis uiteindelijk een lijnklasse, een lengte- en /of gewichtsrecord blijkt te zijn! Je moet dan natuurlijk wel weten wat er geclaimd wordt. Maar ook de IGFA had hier niet direct een antwoord op en schakelde diverse experts van over de gehele wereld in. Zo ging de foto naar marien bioloog Randall in Hawaï, die hem op zijn beurt doorstuurde naar Japan! Dat leidde tot een grappige mailwisseling met allerlei ‘deskundologen’, maar uiteindelijk kregen we na enige weken van intensief en zeer boeiend internetverkeer de zekerheid dat het een zeebrasemsoort betreft met de mooie Latijnse naam: Polysteganus coeruleolineatus.

    Daarmee moeten we het voorlopig dan maar even doen, want een Engelse naam bleek er voor deze soort nog niet te bestaan, laat staan een Nederlandse. En zo blijkt eens temeer: een vis vangen is één, weten wat je uiteindelijk gevangen hebt, is soms meer dan twee!


    Hans van Loenen
    Fotografie: Jaap Vissering, tenzij anders aangegeven.









    reacties (0)


  • 2019:
    # naam srtn
    1 179
    2 178
    3 145
    toon hele lijst
    aller tijden:
    # naam srtn
    1 784
    2 712
    3 637
    toon hele lijst
    unieke soorten:
    # naam srtn
    1 112
    2 105
    3 81
    toon hele lijst
    op de vlieg:
    # naam srtn
    1 118
    2 111
    3 108
    toon hele lijst
    stats:
    310 geregistreerde soortenjagers.
    3239 verschillende vissoorten.
    26 niet erkende vissoorten.
    20 hybrides.
    418 gevangen op de vlieg.
    633 vissoorten op targetlijsten.
    176 foto's van zwoenzels.